Reisverslag IJsland (Juni 2001)

Dinsdag 19 juni. Om 09.30 uur werden we opgehaald door de taxi, vervolgens met de trein naar Schiphol gegaan, waar we al om 10.30 uur aanwezig waren, het vliegtuig ging pas om 14.00 uur. We waren dus veel te vroeg. Om 15.00 uur (locale tijd, er is namelijk een tijdsverschil van 2 uur) kwamen we aan op het vliegveld van Keflavik. Vanuit het vliegtuig hadden we al een glimp van IJsland opgevangen, een grote kale lavavlakte en veel bewolking. Toen was het tijd om onze huurauto op te gaan halen, en we waren niet de enigste die een auto gehuurd hadden, na een uur namen we de sleutel in ontvangst. (Er is trouwens op het vliegveld een grote hoeveelheid folders te verkrijgen met nuttige informatie.) Na een korte inspectie bleek het profiel van de linker voorband geheel verdwenen te zijn, weer terug dus. Met een hele mooie nieuwe Opel Corsa konden we dan eindelijk aan het avontuur beginnen. Ongeveer 20 km van het vliegveld ligt het plaatsje Grindavik, daar hebben we wat eerste inkopen gedaan en ook een (gratis) camping gevonden. Er stond een enorme wind, waardoor het nog frisser aanvoelde dan het al was. ´s Avonds hebben we nog een korte wandeling door Grindavik gemaakt, niet echt een pittoresk plaatsje. De camping lag vlak naast het voetbalveld waar naar ons idee alle jeugd uit het dorp aan het voetballen was, erg nieuwsgierige kinderen die zo ongeveer de hele avond omde tent heen hingen.

Woensdag 20 juni. ´s Morgens na een stormachtige nacht om 08.15 uur vertrokken. Via Reykjavik naar Selfoss gereden. Onderweg hebben we onze eerst warmwaterbron gezien (en geroken). In Selfoss hebben we wat inkopen gedaan, vervolgens zijn we naar Geysir gereden, de lucht werd steeds blauwer en de weg steeds slechter, maar dat mocht de pret niet drukken. Strokkur was heel indrukwekkend om te zien! We hebben zelfs bij de echte Geysir nog enige activiteit waargenomen, wat natuurlijk wel heel bijzonder was. Na Geysir doorgereden naar Gullfoss. Toen we door het landschap reden konden we ons niet voorstellen dat er zo´n enorme waterval zou zijn, vanaf de parkeerplaats was het nog geen 5 minuten lopen en daar was hij dan. Nadat we op de parkeerplaats wat gegeten hadden zijn we via Hella naar de Seljalandsfoss gegaan, je kon hem al vanaf een enorme afstand zien. Een enorm mooie (niet zo´n grote) waterval waar je achterlangs kan lopen. Via een heel mooi stukje ringweg bij de Skógarfoss terecht gekomen, tot onze verassing was daar ook een camping (het is even zoeken naar het kantoortje, dat een paar 100 meter van de camping afligt maar dan heb je ook wel een heel mooi plaatsje). Na het eten hebben we het pad naast de waterval nog beklommen met ons gasbrandertje en de koffie, boven in het dal hebben we koffie gedronken in de zon. Terug op de camping zijn we al snel gaan slapen. Na deze dag kon de vakantie al bijna niet meer stuk.

Donderdag 21 juni. ´s Morgens lekker uitgeslapen (tot 07.00 uur !). Rustig koffie gedronken en toen naar Dyrhólaey gereden, helaas konden we daar niet heen vanwege het broedseizoen, wat tot 25-06 duurt. De volgende afslag konden we wel nemen. Enorm veel papegaaiduikers gezien en een schitterend strand met rotsformaties (Reynisdrangar). Boodschappen gedaan in Vik, ook vanuit Vik nog naar Reynisdrangar gekeken, hier waren zo mogelijk nog veel meer papegaaiduikers (die we van veel dichter bij konden zien). Toen was het tijd om naar Landmannalaugar te gaan. Na ruim 50 km over een kale vlakte (we hadden medelijden met de fietsers) kwam dan de afslag naar weg F208, deze is echter afgesloten tot 25-08-01, we moesten dus terug. Weg 209 genomen. Na ongeveer 30 km onverharde weg kwamen we tot de conclusie dat we beter om konden keren met onze Opel Corsa, hier was toch echt een 4x4 voor nodig. Later in de vakantie kwamen we er achter dat F wegen, wegen zijn voor 4x4 auto´s. Ook is er een andere route naar Landmannalaugar via de Dómadalsleið (te bereiken via weg 32) we hebben van horen zeggen dat dit de meest gangbare route naar Landmannalaugar is. Na deze mislukte poging om in Landmannalaugar te komen hebben we besloten om naar het nationaal park Skaftafell te gaan. Een hele lange weg over de spoelvlaktes van de Vatnajökull, het was jammer dat het bewolkt was, daardoor zag het er erg troosteloos uit en hebben we waarschijnlijk het uitzicht op de uitlopers van de Vatnajökull gemist. Camping in de buurt van de Svartifoss gevonden. Na het opzetten van de tent zijn we nog naar de Skafttafellsjökull gelopen, mooie uitloper, wel erg zwart door de lava. Bij terugkomst begon het te regenen en het is de hele avond doorgegaan. Lekker op tijd gaan slapen.

Vrijdag 22 juni. Het weer was gelukkig aardig opgeklaard. Eerst een lekkere douche genomen en de tassen ingepakt voor onze eerste echte wandeling op IJsland. Via een aantal watervallen naar een uitzichtspunt gelopen, schitterend uitzicht over de Skeiðarárjökull en over de Skeiðarársandur. Na ongeveer 15 minuten kwamen we bij de Svartifoss, een schitterende waterval die helemaal tussen het basalt ligt. De basaltzuilen rondom de Svartifoss hebben model gestaan voor de decoraties in het Nationaal Theater van Reykjavik. Bij het tweede uitzichtspunt hadden we uitzicht over de Skafttafellsjökull, ook erg mooi (zeker de moeite waard om van bovenaf te bekijken). Vervolgens via een stijl pad weer teruggelopen naar de camping. Het is aan te raden om via de Hundafoss naar boven te klimmen, dat is namelijk een veel minder stijl pad. Aangekomen bij de tent begon het zachtjes te regenen, we hebben snel alle spullen ingepakt en zijn naar Jökulsárlón gereden. Een hele mooie route langs de kust. Inmiddels was het droog geworden en begon het zonnetje een beetje door te komen. Jökulsárlón was zeer indrukwekkend, toen we net aangekomen waren brak er een stuk van zo´n enorme ijsschots af, heel indrukwekkend om dat te zien gebeuren. Op een terrasje bij de souvenirshop (met uitzicht op de ijsbergen) hebben we heerlijke wafels gegeten. We zijn ook nog even gaan kijken op het strand, we hadden gelezen dat daar regelmatig een kolonie ´grote jagers´ zit. We hebben wel één grote jager gezien, hij kwam best dichtbij. Het is in ieder geval zeer de moeite waard om ook even op het strand te gaan kijken, heel bijzonder om die ijsbergen in de branding te zien liggen en al die ijskristallen op dat zwarte zand. Ook liggen er veel aangespoelde vissen en zeesterren op het strand. Na deze bijzondere ervaring zijn we doorgereden naar Höfn wederom een hele mooie route langs de kust. ´S avonds lekker in de zon gezeten en nog een avondwandeling gemaakt door het stadje en langs de kust. Om bij de kust te komen moesten we echter een veld met broedende sternen door en dat viel niet mee. Höfn heeft een leuke echte Scandinavische haven. Vanaf de camping en uit het plaatsje hadden we goed zicht op een aantal uitlopers van de Vatnajökull.

Zaterdag 23 juni. Om 09.00 uur uit Höfn vertrokken en naar Stokksnes gereden, we hadden gelezen dat daar regelmatig zeehonden te zien zijn. Stokksnes is een NAVO basis met een aantal radar installaties, niet echt een plek waar je verwacht zeehonden te kunnen zien, maar tot onze verbazing lagen er toch een aantal zeehonden met jongen op een rots. Daarna zijn we via een 16% grindhelling (best steil) naar het uitzichtspunt op de ringweg gereden, helaas wat bewolkt. Via de oostkust zijn we verder gereden, een vrij saaie weg met veel ongeasfalteerde stukken ertussen. Het plan was om bij Breiðdalsvik verder naar het noorden te rijden, door wegwerkzaamheden hebben we besloten om toch de ringweg te volgen. Schitterende route waar we bijna niemand tegen zijn gekomen. Ongeveer 11 km voor Egilsstaðir zij we afgeslagen naar Hallormsstrodur (bij het IJslandse bos). Hallormsstrodur is blijkbaar een bijzonder geliefde plaats voor de IJslanders om hun weekenden door te brengen, het was er namelijk erg druk, het leek het Gardameer wel. Inmiddels was de lucht strakblauw en de temperatuur heel aangenaam, lekker nog een hele poos in de zon gezeten. Om ongeveer 24.00 uur gaan slapen (toen hadden de IJslanders zoveel gedronken dat ze omvielen en dus eindelijk ook gingen slapen).

Zondag 24 juni. ´s Morgens om 09.30 uur richting de Hengifoss gereden. Vanaf de parkeerplaats een pittige klimnaar boven. Eerst kwamen we langs de Litlanesfoss, deze ligt helemaal ingesloten in basaltkolommen. Na ongeveer een half uur lopen kwamen we bij de Hengifoss, heel erg mooi, vooral met zonlicht zijn de diverse kleuren in de rotsen heel goed te zien. Na de wandeling zijn we op weg gegaan naar Myvatn. Onderweg hebben we besloten om meteen de Dettifoss (de grootste waterval van Europa) te gaan bekijken, het plan was om via de F862 naar de Dettifoss te gaan, helaas was deze weg alleen toegankelijk voor 4x4 auto´s. Er zat dus niets anders op dan terug te gaan naar weg 864. Na 28 km over een zeer hobbelige weg gereden te hebben werd onze moeite beloond. Het is aan te raden om vanaf de Dettifoss nog een stukje (ca. 1,5 km) stroomopwaarts door te lopen naar de Selfoss. Wij vonden de Selfoss mooier om te zien. Toen zijn we teruggehobbeld naar de ringweg en om 18.30 kwamen we aan op camping Elda in Reykiahlid, we waren nog niet uitgestapt of we werden overvallen door een grote hoeveelheid vliegjes. De vliegennetjes op de camping waren helaas uitverkocht, maar bij de souvenirshop bij hotel Reykiahlid waren ze gelukkig nog wel te krijgen (ze waren nog goedkoper ook). In het winkeltje bij camping Elda zijn veel informatieve folders te verkrijgen o.a. voor de walvissafari in Husavik, we hebben de safari dan ook meteen besproken (reserveren is wel aan te raden).´s Avonds hebben we nog een rondje om het meer gereden (om even van de vliegjes af te zijn), onderweg hebben we nog even een kleine wandeling gemaakt bij Skútustathir, hier zijn een aantal hele mooie pseudokraters te zien. Na de tocht om het meer hebben we nog heerlijk in de zon gezeten in onder ons luifeltje, verbazingwekkend genoeg bleven de vliegjes buiten de tent.

Maandag 25 juni. Na een hele rustige nacht (geen last van de vliegjes) zijn we ´s morgens de tent uitgebrand. Na de koffie zijn we naar Namafjall gegaan en daar hebben we de geothermische velden bekeken (en geroken!!!). Heel fascinerend. Hierna zijn we naar Viti bij Krafla gegaan, je kan hier heel leuk over de kraterrand lopen, wederom geothermische velden gezien. Bij Krafla in de buurt is ook een spleetvulkaan (laatste uitbarsting in 1986) waar nog steeds stoom onder de lava vandaan komt. Hier kan je een hele leuke rondwandeling maken. Na deze ochtend die in het teken stond van zwavel- en sulfietdampen zijn we naar Husavik gereden. Na een korte maar hevige regenbui konden we onze tent opzetten. Rond 18.00 uur kwam de campingbeheerder, een erg aardige man die veel informatie had omtrent bezienswaardigheden. Aangezien we wel eens een keertje zin hadden in een echt biertje en een wijntje zijn we naar de staatswinkel op zoek gegaan. In het boekje ¨ Around Iceland¨ wat op Kevlavik airport en bij een aantal VVV´s en campings te verkrijgen is staan de adressen genoemd. Husavik heeft een leuk haventje en een mooi kerkje. ´s Avonds de was gedaan.

Dinsdag 26 juni. ´s Morgens lekker tot 10.00 uur uitgeslapen en op ons gemakje wat gelezen en koffie gedronken. Om 13.00 uur moesten we ons melden bij het Whale watching center in de haven. Om 13.30 uur vertrok de boot, er hing een enorme hoeveelheid mist op zee. In eerste instantie hebben we alleen een paar papegaaiduikers gezien, maar het wachten werd beloond. Na ongeveer een uur varen zagen we de eerste dolfijnen, in totaal hebben we ongeveer 40 dolfijnen, 5 Minke whales en een Bultrug vinvis gezien. De Bultrug (16 meter lang) was heel erg nieuwsgierig, waardoor we hem erg goed konden zien. Om 16.30 uur waren we weer terug in de haven waar alle mist verdwenen was. Lekker nog de hele avond voor de tent in het zonnetje gezeten.

Woensdag 27 juni. Na 2 nachten in Husavik zijn we ´s morgens richting Husafell gereden. Onderweg gestopt bij de Godafoss, de eerste waterval die we met bewolkt weer gezien hebben. In eerste instantie een hele mooie route over de Oxnadalsheidi, daarna kwam er een saai stuk (van Akureyri tot de afslag naar Husafell), de weg was overigens heel goed te berijden. In Husafell hebben we de tent opgezet op een camping in een vakantiepark. Na het eten was het helemaal onbewolkt geworden, dus besloten we om naar de Barnafoss en de Hraunfossen te gaan, erg mooi in het avondlicht. Ook zijn we nog op zoek gegaan naar lavagrotten (Surtshellir), deze hebben we niet kunnen vinden, waarschijnlijk zijn we net niet ver genoeg doorgereden.

 

Donderdag 28 juni. Nadat we de tent ingepakt hadden zijn we in Bogarnes boodschappen gaan doen in een nieuwe behoorlijk uitgebreide supermarkt. Na de boodschappen zijn we naar Snæfellsness gegaan. Een hele mooie landtong die ze ook wel IJsland in een notendop noemen. Helaas de lavagrotten en de waterbronnen die in onze reisgidsen genoemd stonden niet kunnen vinden, maar dat mocht de pret niet drukken. Bij Anarstapi (pittoresk haventje) een hele korte wandeling gemaakt langs hoge kliffen waar een kolonie drieteenmeeuwen aan het broeden was, veel eieren waren al uitgekomen waardoor er erg veel kuikens te zien waren. Verder langs de kust naar het noorden gereden. Onderweg hebben we nog gezien dat het gebied rondom de Snæfellsjokull officieel geopend werd als Nationaal Park, waarschijnlijk door een vooraanstaand persoon, er waren cameramensen aanwezig. We hadden inderdaad ook een heel mooi zicht op de Snæfellsjokull, dus het verbaasde ons niets. Uiteindelijk zijn we op een camping in Olafsvik beland. ´s Avonds nog even op het strand en in de haven geweest en naar de zonsondergang gekeken. Het werd steeds drukker op de camping, na 24.00 uur kwamen er nog mensen aan, alle kinderen waren nog wakker en de BBQ´s werden nog aangemaakt (apart volk). Wij zijn uiteindelijk maar gaan slapen.


Vrijdag 29 juni.
Toen we ´s morgens de tent uitgingen was het zo mogelijk nog voller geworden op de camping, voor ons dus de hoogste tijd om weer verder te gaan. Later bleek dat er een feest was in Olafsvik, niet zo heel vreemd dus dat het zo druk werd. Via de noordzijde van Snæfellsness (hele mooie route) zijn we naar Stykkishólmur (is net als Rome op 7 heuvels gebouwd) gereden, wel een aardig plaatsje maar naar ons idee niet zo bijzonder als in de boekjes omschreven stond, wel een hele mooie oranje vuurtoren. Via weg 56 en 54 weer terug naar Bogarnes gegaan, daar hebben we de tent op het plaatselijke kampeerterrein vlakbij de supermarkt neergezet. ´s Middags zijn we naar de hoogste waterval van IJsland gereden (Glymur 180 meter lang). Voordat je de waterval kan zien moet je eerst best een pittige tocht naar boven maken. Het mooiste is om aan de linkerkant van het water heen te lopen en aan de rechterzijde terug, dit betekent echter wel dat je boven door de rivier moet, het is dus een beetje afhankelijk van de hoeveelheid water of dat haalbaar is. Bij twijfel kan je beter aan de rechterzijde naar boven gaan, dat is namelijk de enigste mogelijkheid om de waterval in zijn geheel te zien. Wij vonden het best een pittige wandeling met regelmatig smalle paden langs diepe afgronden, goede schoenen zijn dus een must. ´s Avonds begon het flink te waaien, dus zijn we maar eens in de tent gaan zitten.

Zaterdag 30 juni. Na een wat onrustige nacht (door de wind) zijn we vanmorgen naar het dal van het riviertje de Grimsá gereden. In de Dominicus reisgids stond dat je daar een mooie wandeling kon maken en diverse watervallen kon zien. Eenmaal aangekomen was er geen pad te vinden, en als je langs de oever bleef lopen (zoals in het boekje stond) dan moest je al na een paar honderd meter een rivier doorwaden, we zijn dus maar weer teruggehobbeld over een ongeasfalteerde weg. Op de camping hebben we geluncht in het zonnetje en daarna zijn we met de tent naar Thingvellir gereden. Na even zoeken hadden we een bijzonder mooi plekje aan het water gevonden, helaas begon het na het opzetten van de tent behoorlijk te regenen. Later op de avond werd het gelukkig weer droog en konden we nog tot 22.00 uur voor de tent in de zon zitten.

Zondag 1 juli. Bij het wakker worden regende het enorm, we zijn dus noodgedwongen tot ongeveer 12.00 uur in de tent blijven zitten. Toen het eenmaal droog geworden was zijn we naar de kloof Almannagjá gegaan, hier kwam vroeger het eerste parlement van IJsland bijeen vanwege de goede akoestiek. Ook kan je hier heel goed de scheiding tussen de Euraziatische en de Noord-Amerikaanse plaat zien, deze twee platen drijven langzaam uiteen (ongeveer 1 cm per jaar) Leuke rondwandeling gemaakt.


Maandag 2 juli.
´s Morgens een natte tent ingepakt om aan onze laatste dag op IJsland te beginnen. Het plan was om eerst wat van Reykjavik te gaan zien, helaas konden we het centrum niet zo snel vinden (we hebben ook niet heel goed gezocht), wel hebben we de Kentucky Fried Chicken gevonden. ´s Middags hebben we de tent opgezet in Keflavik, best nog een mooie camping waar je eigenlijk op de heenweg heen moet, iedereen laat hier namelijk spullen achter die niet meer mee naar huis kunnen zoals blikjes drinken etc, ook liggen er soms leuke boekjes en er is een gastenboek waar diverse vakantieverhalen in staan. Uiteindelijk zijn we naar de Blue Lagoon gegaan (die mag je niet missen!!!). ´s Avonds vroeg naar bed, we moesten namelijk de volgende dag om 05.45 al op het vliegveld zijn.

Praktische informatie:

Bij het IJslands verkeersbureau kun je een gids aanvragen, waar alle campings, hotels en zwembaden in vermeld staan.
Verkeersbureau: Icelandair Amsterdam
Muntplein 2
1012 WR Amsterdam
tel: 020-6270136


Op Keflavik airport kun je het gidsje ¨Around Iceland¨ krijgen, in dit gidsje staan per plaats de bezienswaardigheden, faciliteiten, state alcohol stores etc. genoemd.


Als je van plan bent om deel te nemen aan een walvissafari in Husavik,dan is het handig om van tevoren te reserveren. Tel: (+354) 464-2350. Meer informatie kan je vinden op de internetsite: www.nordursigling.is , vanaf april 2002 kan je ook boeken via de internetsite.


Ter voorbereiding op onze reis naar IJsland hebben we drie reisgidsen gebruikt. Te weten:
-¨Reishandboek IJsland¨ geschreven door Arnold Jansen


van de Dominicus reeks ¨IJsland¨ geschreven door Willem van Blijderveen.


van Polyglott ¨IJsland¨ geschreven door Hans Klüche, hier staan diverse routes door verschillende delen van IJsland in.


Voor wandelliefhebbers is de Rother wandelgids heel interessant, hier staan diverse wandelingen in beschreven met daarbij de moeilijkheidsgraad en de duur van de tocht. Het boekje is in diverse talen verschenen en is verkrijgbaar bij de betere reisboekwinkels en bij diverse buitensportzaken (Bever, Zwerfkei enz.).